Axioma

Men kan niet redeneren dat men niet kan redeneren. Probeer je met een argument te bewijzen dat argumentatie onmogelijk is, dan dwing je jezelf impliciet toe te geven dat argumentatie mogelijk is. Een contradictie. Dit feit wordt ook wel de a priori van het redeneren genoemd. Als de tegenstelling van een regel contradictie met zich meebrengt promoveert deze tot axioma. 

De a priori van het redeneren is een voorbeeld van zo een axioma. Maar nou en? Is dit niet gewoon spelen met woorden? Een betekenisloos potje symbolenmanipulatie? Zeer zeker niet. In een wereld van relativisme en nihilisme waar in wetenschappelijke hallen de mantra “er is geen absolute waarheid” galmt is houvast altijd welkom. Want is de spreuk “er is geen absolute waarheid” niet zelf een waarheidsclaim, en stel dat deze waarheidsclaim waar blijkt, is dit dan niet een onmiddelijke tegenspraak met het gestelde? Dit lijkt wel het geval, en aangezien we eerder hebben vastgesteld dat we kunnen redeneren, hebben we door pure redenatie vastgesteld dat het aannemen van de contradictie van “er is absolute waarheid”, dus het aannemen van de propositie “er is geen absolute waarheid”, leidt tot een contradictie, waardoor deze propositie andere proposities ontstijgt en de positie van axioma mag innemen.

Het is een verademing om te weten dat redenatie mogelijk is en dat absolute waarheid geen illusie is, maar stiekem wist je dit natuurlijk al. Als er geen absolute waarheid zou zijn, en daarmee geen tijd invariante werkingen, dan zou niemand ooit actie ondernemen. Als je niet zou verwachten dat het eten voedsel je honger stilt zou je nooit eten. De link tussen actie en reactie hoeft zelfs niet helemaal hard te zijn. Stel dat er een kans was dat eten je honger zou stillen, dan zou je alsnog eten. Als de kans 50% zou zijn misschien twee keer zoveel. Alleen in een onvoorstelbare wereld waar er helemaal geen causaliteit bestaat zouden er geen bewuste acties bestaan. Maar merk op dat het niet ondernemen van acties zelf een actie is. Het proberen voor te stellen van een wereld zonder acties is ongeveer als het proberen voor te stellen van een wereld zonder tijd of ruimte.

Een nieuw axioma wordt hier bijna tastbaar, maar we hebben eerst een definitie nodig. Laten we een handeling definiëren als een doelbewuste positionering van het lichaam in de ruimte. Het woord doelbewust is hier cruciaal. Een stuiptrekking is geen handeling, en een ongelukkige val ook niet. Alleen die positioneringen van het lichaam in de ruimte met een bepaald doel vallen onder deze definitie. Met deze definitie kunnen we het axioma van het menselijk handelen ontdekken, namelijk de propositie “Een mens handelt”. Om een redenering te voeren dat een mens niet zou handelen zou je zelf een handeling moeten verrichten, en daarmee concluderen we dat een mens handelt.

Merk op dat het hele argument puur a priori werkt. Dat wil zeggen, er is geen ervaring nodig om de waarheid van het argument in te zien. Het argument hoeft niet aan de werkelijke wereld getoetst te worden, omdat de werkelijke wereld geen contradicties bevat, en de contrapositie van het axioma is een tegenspraak, dus de contrapositie kan niet bestaan in de werkelijke wereld, wat ons dwingt om het axioma te accepteren als waar.

Het is opmerkelijk dat een propositie die niet aan de werkelijkheid getoetst hoeft te worden ons toch informatie kan geven over de werkelijkheid, zeker omdat deze specifieke propositie iets zegt over mensen en hun handelen. Nog opmerkelijker wordt het als we door pure redenatie vanuit dit axioma een logisch systeem opbouwen dat, zo lang onze redenatie kloppend is, noodzakelijk waar moet zijn. Bijvoorbeeld de eerste wet van Gossen, dat het nut van een verkregen goed dat men al had noodzakelijk lager is dan het nut van dat eerder verkregen goed, kan uit dit axioma rigoreus bewezen worden: (1a) een mens handelt en, aangezien een mens maar een handeling per moment kan kiezen, kiest die handeling waarvan hij verwacht dat die op dit moment het grootste nut heeft en (1b) voor een handeling is een bepaalde hoeveelheid aan schaarse goederen nodig (in ieder geval zijn tijd en lichaam) en dus (2) is ieder schaars goed dat ingezet kan worden voor het ondernemen van een bepaalde actie minder waardevol dan een goed dat al in het bezit is en evengoed ingezet kan worden voor het ondernemen van een bepaalde actie, omdat het gebruik van dit goed pas nodig is als het goed dat al in bezit is niet meer gebruikt kan worden, dus als een actie met een doel dat de persoon belangrijker acht (of hij nu gelijk heeft of niet) al ondernomen is. De acties die ondernomen kunnen worden met het extra goed hebben dus minder belangrijke doelen dan de acties die nu al ondernomen kunnen worden, en dus heeft het extra goed een lagere waarde (voor deze persoon).

Omdat het aannemen van de tegenstelling van deze wet, dus dat een extra goed van dezelfde kwaliteit hogere waarde zou hebben dan het eerder bezitte goed, tot tegenspraak leidt met het axioma van het menselijk handelen, namelijk omdat het eerder bezitte goed niet voor het belangrijkste doel dat op dat moment behaald zou kunnen worden gebruikt werd, en omdat het axioma van het menselijk handelen onbetwistbaar waar is, moeten we concluderen dat de eerste wet van Gossen waar is. Een absolute waarheid zoals deze hoeft dan ook niet aan de werkelijkheid getoets te worden. Het op deze manier opbouwen van een logisch consistent systeem van wetten van het menselijk handelen is waar de Oosterrijkse school van de economie in gefundeerd is. In het bijzonder het werk van Ludwig von Mises, met zijn magnum opus “Human Action” geeft een heldere tentoonstelling van deze ideeën.

Het is ook mijn doel om zo waardevrij mogelijk te schrijven door het gebruiken van absolute waarheden en axiomatisch deductieve logica. Op deze manier, en alleen op deze manier, kunnen waardevrije waarheden ontdekt worden

Leave a Comment